Cubavinken.

 

Deze vogels komen uit de Zuid-Amerikaanse landen. Men kent 3 soorten nl. : de grote cubavink

de kleine cubavink, de zwartborst cubavink.

Tot mijn grote verbazing zag ik op verschillende vogelmarkten de grote cubavink zitten.

Jaren waren ze niet geïmporteerd en nu zaten er toch verschillende koppels.

Het zijn mooie vogels om te houden, maar niet meer dan een koppel in een ruimte plaatsen, want ze zijn zeer agressief tegen soort genoten.

De grote cubavink komt uit Cuba, Mexico en in de verdere omliggende landen.

Ze komen voor op weide en akkers waar tevens wat boomgroepen of struiken aanwezig zijn.

 

Het mannetje heeft een oranjegele bovenkeel, teugels en wenkbrauwstreep.

Het voorste deel van de bovenkop, de wangen, zijkant van de nek en borst is zwart, de verdere onderdelen zijn grijsachtig olijfkleurig,

Het popje is in het geheel matter van kleur.

De lengte is + 11 cm.

 

De kleine cubavink: De rug van deze vogel is groenachtig. Het voorhoofd, het oog de oorstreek, teugels en keel zijn zwart.

De wenkbrauwstreep, halszijde en kropband zijn goudgeel. De onderdelen zijn grijs en de buik is

witachtig. De snavel en poten zijn grijsachtig. De lengte bedraagt + 10 cm.

Het popje is bruin aan de kop en hals, en wat bruinere onderdelen. De halskleur is bleek geel. Deze vogel komt uit Cuba, ze leven daar in droge steppen.

 

De zwartborst cubavink.

Deze komt uit Columbia en Venezuela.

Ze komen voor langs paden en wegen en zelfs rondom huizen.

Het mannetje heeft een zwarte kop en borst. Voor de rest is hij olijfgroen, de pop is grijsbruin van boven, en van onder wat matter. De lengte is + 10,5 cm.

 

In de volière kan men ze wel samen houden met andere soorten vogels.

Ze maken een komvormig nest, hier leggen ze 3 eitjes in die in 12 dagen worden uitgebroed door

het popje. Meestal brengen ze maar 2 jongen groot.

 

Hun voeding bestaat uit gras- en onkruidzaden, en wat negerzaad.

Soms wat groenvoer en in de broedtijd, mag het levend voer niet ontbreken.

 

J.T.M. Gielen.